|
|
Overige informatie
De streek Alentejo, in het zuid-centrale deel van Portugal, is een verbastering van het Portugese 'além do Tejo', letterlijk: 'over de Taag'. Hoewel het gebied éénderde van het landoppervlakte beslaat woont er slechts 5% van de bevolking. En slechts 5% van de regio is bebouwd met wijngaarden; je ziet er meer olijfgaarden, kurkeiken en tarwe. Grootste risico voor de wijnbouw is de hitte in juli en augustus wanneer de temperatuur oploopt tot boven de 40 graden celsius. Men oogst daarom al vroeg in augustus om te voorkomen dat de druiven overrijp worden.
De druiven De druiven die gebruikt worden voor de Fita Preta zijn aragonez (40%), trincadeira (30%) en alicante bouschet (30%). Aragonez, in Spanje bekend als tempranillo, geeft in Alentejo wijnen met minder zuren en tannine dan elders. De trincadeira, die vroeg rijpt, heeft die tannines wel en geeft de wijn ook zijn hint van eucalyptus. De alicante bouschet is een teinturier druif (een druif met rood vruchtvlees) en kan uitstekend tegen de hitte. Ook deze is vroeg rijp en geeft de wijn kleur en fruit. Voor deze wijn worden de druiven handmatig geplukt en gesorteerd opdat alleen optimaal rijpe druiven geselecteerd worden. De helft van de wijn rijpt voor negen maanden in Franse eiken vaten van twee of drie jaar oud.
Het wijnhuis Fita Preta (zwart lint in het Portugees) is in 2004 opgericht door de Portugees António Macanita en David Booth uit Engeland. Ze geven leiding aan een klein maar internationaal team wijn professionals die in de belangrijkste wijnproducerende landen ervaring heeft opgedaan. De duurzame wijnbouw van het bedrijf kenmerkt zich door innovatie. Beste voorbeeld hiervan is het vanuit de lucht fotograferen van de wijngaarden met infrarood camera’s om te zien waar de beste druiven groeien. Maar als het op wijnmaken aankomt schuwt men de traditionele, arbeidsintensieve en 'ouderwetse' methoden niet: handmatig plukken en selecteren, klaren met eiwitten en gebruik van eikenhouten vaten.
|
|